De EIA (soms moeraskoorts genoemd) is een virale paardenziekte, die zich kan openbaren als een chronische verslechtering van de algemene toestand, gepaard gaande met een intermitterende koorts.
De gevoelige diersoorten zijn paarden, muildieren en ezels. Het gaat dus niet over een antropozoönose.
Infectieus agens
Virus van de familie van Retroviridae, genus Lentivirus. Er bestaan meerdere stammen, elk met een verschillende virulentie. De pathogenese wordt nog niet volledig begrepen: de immuunreactie tegen de antigenen leidt tot anemie, tot letsels van de bloedvaten en tot andere organische letsels. De initiële vermeerdering van het virus gebeurt in de monocyten/macrofagen. Het virus ontsnapt zo aan de humorale immuunreactie.
Symptomen
De ziekte kan een acuut of chronisch verloop kennen. Asymptomatische dragers worden ook vermeld.
Acute vorm
Intermitterende hoge koorts gepaard gaande met spierzwakte, ataxie, rillingen, eventueel met icterus of congestie van slijmvliezen. De petechiale hemorragiën aan de onderkant van de tong zijn kenmerkend, alsook sterke hartslagen, tachycardie en aritmie (myocarditis). Oedemen in de onderste delen van het lichaam kunnen voorkomen.
De anemie treedt vrij snel op. De eetlust is in het algemeen niet ontregeld. Plotselinge sterfte worden soms waargenomen. Een volledige genezing is zeldzaam, vaker worden aanvallen van intermitterende koorts waargenomen.
Chronische vorm
Vermagering, vermoeidheid, afname van de capaciteiten. Paarden die op rust gezet worden vertonen vaak slechts s’avonds een zwakke verhoging van temperatuur. Koortsaanvallen na krachtsinspanning zijn kenmerkend. Besmette dieren blijven dragers van het virus, zelfs indien er geen klinische symptomen zijn.
Asymptomatische dragers
Deze paarden lijken gezond, maar vertonen zwakke of onaantoonbare virushoeveelheden in het bloed. Het is mogelijk dat asymptomatische dragers nooit aan de acute of infectieuze vorm lijden. Factoren zoals stress, behandelingen of andere ziekten kunnen evenwel tot een acute vorm leiden, en dus een belangrijke verhoging van de virushoeveelheid in het bloed met zich meebrengen.
Incubatieperiode
Tussen 1 en 3 weken, maar soms 3 dagen of zelfs 3 maanden.
Epidemiologie
De overbrenging gebeurt via hematofage insecten (daasvliegen, vliegen) en via iatrogene weg (naald, tandheelkundige materialen) of door het gebruik van bloed afgeleide producten (serum). Het virus overleeft tot 4 uur bij insecten en tot 4 dagen in een besmette naald. Een intra-uteriene besmetting is mogelijk maar zeldzaam. Het sperma van geïnfecteerde hengsten is besmettelijk. Aanwezigheid van het virus werd aangetoond in uitwerpselen, slijm en melk van deze dieren en in dierlijke weefsels; er wordt aangenomen dat deze laatste vormen van overdracht beperkt van omvang zijn.
Er bestaan seizoensinvloeden met een verhoging in de zomer en in de herfst (insect vectoren).
Het virus blijft gedurende het hele leven aanwezig in besmette dieren; deze dieren vormen dan een reservoir van het virus.
Diagnose
Verdenking in geval van koorts van onbekende oorsprong die resistent is tegen behandelingen, van toevallige verhoging van de temperatuur en van vermagering ondanks een goede eetlust. Voor de bevestiging wordt het bloedmonster aan een Coggingstest onderworpen (immuno-diffusietest).
Wettelijk kader
EIA is een ziekte die opgenomen is in het koninklijk besluit van 1988 tot aanwijzing van de dierenziekten die vallen onder de toepassing van hoofdstuk III van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. Het gaat dus om een ziekte met meldingsplicht die onmiddellijk aan de PCE (Provinciale Controle Eenheid) moet worden gemeld. De gegevens van de PCE zijn beschikbaar in het rubriek Contact van deze site.
Het ministerieel besluit van 29 september 1992 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften voor bewegingen, de invoer en het verkeer van paardachtigen en het koninklijk besluit van 3 juni 1960 houdende maatregelen van diergeneeskundige politie inzake besmettelijke bloedarmoede en encephalo-myelitis der eenhoevigen zijn van toepassing.
Nieuwe Europese voorschriften betreffende de handel in uit Roemenië afkomstige paarden
Besluit 2010/346/EU van de Commissie van 18 juni 2010 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met infectieuze anemie bij paardachtigen in Roemenië werd gepubliceerd op 22 juni 2010.
Dat besluit werd genomen nadat in 2010 in België en in het Verenigd Koninkrijk bij meerdere paarden afkomstig uit Roemenië besmetting met equine infectieuze anemie (EIA) werd vastgesteld. Bovendien heeft het Europese Voedsel- en Veterinair Bureau in 2009 in Roemenië belangrijke tekortkomingen vasgesteld.
Het besluit voorziet in strenge maatregelen met betrekking tot de verzending vanuit Roemenië naar andere lidstaten van paarden (ezels inbegrepen), sperma, eicellen en embryo’s van paarden en van bloedproducten van paarden.
Met name mag Roemenië alleen paarden naar andere lidstaten verzenden als
de gehele zending :
onder officieel toezicht is afgezonderd op een bedrijf dat door de Roemeense autoriteit is erkend als zijnde vrij van EIA ; en
gedurende ten minste 90 dagen vóór de dag van verzending op een afstand van minimaal 200 m van andere paarden met een lagere gezondheidstoestand is gehouden.
alle paarden waaruit de zending bestaat met negatief resultaat een agargel-immunodiffusie (AGID-test = Coggins-test) hebben ondergaan. De test wordt uitgevoerd op 2 bloedmonsters die met een tussenpoos van 90 dagen zijn genomen waarbij het tweede monster binnen tien dagen voor de dag van verzending moet zijn genomen ;
de paarden waaruit de zending bestaat rechtstreeks van het erkende bedrijf naar de plaats van bestemming worden verzonden, zonder via een markt of een verzamelcentrum te gaan ;
indien de zending ook andere dan als slachtdieren gehouden paarden omvat, moeten alle andere paarden die tijdens de afzonderingsperiode van de zending op het erkende bedrijf aanwezig zijn met negatief resultaat een AGID-test hebben ondergaan. De test wordt uitgevoerd op bloedmonsters die zijn genomen hetzij voordat zij tijdens de afzonderingsperiode van het bedrijf worden afgevoerd, hetzij binnen 10 dagen voor de dag van verzending van de zending ;
alle paarden waaruit de zending bestaat gemerkt zijn met een transponder en voorzien zijn van een paspoort als bedoeld in verordening (EG) nr. 504/2008. Het paspoort vermeldt het nummer van de transponder, de uitgevoerde AGID-tests en de resultaten daarvan.
het journaal wordt gecontroleerd ;
de paarden waaruit de zending bestaat vergezeld gaan van het gezondheidscertificaat voor fok- en gebruiksdieren of voor slachtdieren waarop de vermelding « Paardachtigen verzonden overeenkomstig Besluit 2010/346/EU van de Commissie » is aangebracht.
Er worden ook specifieke voorschriften vastgelegd voor :
als slachtdieren gehouden paarden die bestemd zijn om rechtstreeks naar het slachthuis te worden vervoerd en op het erkende bedrijf bijeengebracht zijn vanuit bedrijven die door de Roemeense autoriteit als vrij van EIA zijn gecertificeerd ;
geregistreerde paarden die aan bepaalde internationale wedstrijden en evenementen deelnemen ;
sperma, eicellen, embryo’s van paarden en bloedproducten van paarden.
Er gelden ook verplichte maatregelen voor de plaats van bestemming van de dieren :
De paarden moeten bij aankomst :
binnen 72 uur na het via Traces gemelde tijdstip van aankomst op het slachthuis worden geslacht. 10 % van de zendingen moet na aankomst een AGID-test ondergaan ; of
onder officieel veterinair toezicht afgezonderd worden gehouden op het bedrijf van bestemming dat is aangegeven op het gezondheidscertificaat. De dieren worden gedurende ten minste dertig dagen afgezonderd op een afstand van ten minste 200 m van andere paarden of zodanig dat zij tegen vectoren zijn beschermd. De dieren worden onderworpen aan een AGID-test die uitgevoerd wordt ten laatste 28 dagen na het begin van de afzonderingsperiode uitgevoerd;
gedurende 90 dagen na de dag van aankomst in het bedrijf van bestemming van uit Roemenië afkomstige paarden mogen paarden alleen van dat bedrijf naar een andere lidstaat worden verzonden als :
zij met negatief resultaat een AGID-test hebben ondergaan. De test wordt uitgevoerd op een bloedmonster dat binnen 10 dagen voor de dag van verzending is genomen ; en
zij vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat voor fok- en gebruiksdieren of voor slachtdieren.
Dit Europees besluit voorziet ondermeer dat de kosten van de AGID-testen en de door het FAVV verrichte controles op de naleving van de in het besluit vastgelegde maatregelen worden gedragen door hen voor wie de paarden bestemd zijn.
Bij een positief resultaat voor de AGID-test wordt het positieve dier zonder vergoeding geslacht en worden in het bedrijf afdoende bestrijdingsmaatregelen toegepast.
Epidemiologische toestand in Europa
De verspreiding van EIA is wereldwijd.
In Europa werden in 2009 haarden vastgesteld in Frankrijk, Duitsland, Italië, Slovenië en Kroatië. In januari 2010 werden nieuwe gevallen ontdekt in Italië en Duitsland, 1 haard werd vastgesteld in het Verenigd Koninkrijk en 1 in België. De ziekte is endemisch in Roemenië.
De vastgestelde gevallen in het Verenigd Koninkrijk en België betreffen 3 paarden van een lot van 18 paarden dat vanuit Roemenië in België is ingevoerd en waarvan vervolgens 9 paarden naar het Verenigd Koninkrijk werden vervoerd.