Deze bladzijde weergeven in het :   Frans   Nederlands Duits
 
  ZOEKEN

Zoeken van A tot Z
 
Professionelen > Dierlijke productie > Dierlijke producten > Vlees > VKI > Lagomorfen
Professionelen Over het FAVV Organogram Contact Autocontrole Checklists "Inspecties" Dierlijke productie / Dierengezondheid Plantaardige productie Hoeveverkoop Erkenningen, toelatingen en registratie Export naar derde landen Financiering van het FAVV Invoer derde landen Laboratoria Levensmiddelen Schoolkeukens Meldingsplicht Wetgeving Zelfstandige dierenartsen Zelfstandige bio-ingenieurs, industrieel ingenieurs, bachelors en masters Publicaties Praktisch Voorlichtings- en begeleidingscel Ombudsdienst Comités Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité Consumenten

 
 

Informatie over de voedselketen (VKI) voor de lagomorfen


  Voor elk dier of elk lot dieren dat naar het slachthuis wordt gestuurd, dient elke houder van lagomorfen de zogenaamde informatie over de voedselketen (korter: voedselketeninformatie of VKI) aan de slachthuisexploitant te bezorgen. De nodige gegevens dient de houder bij te houden in zijn bedrijfsregisters.

  Wanneer dient de voedselketeninformatie aan het slachthuis te worden bezorgd ?
     
  Onder welke vorm dient de informatie te worden bezorgd ?
     
  Overzicht van de informatie die door de veehouder minimaal aan het slachthuis moet worden bezorgd
     
  Omzendbrieven van het FAVV betreffende de VKI in de lagomorfen sector
     
  VKI en intracommunautair handelsverkeer
     
     




Wanneer dient de voedselketeninformatie aan het slachthuis te worden bezorgd ?

  In principe 24 uur op voorhand.




Onder welke vorm dient de informatie te worden bezorgd ?

 

De informatie mag op papier of onder elektronische vorm worden overgemaakt.

Bij gegevensoverdracht op papier dient als volgt te worden gehandeld: het modelformulier (maximum 7 dagen geldig) dient te worden ingevuld en 24 uur op voorhand te worden bezorgd aan het slachthuis.

  • Modelformulier lagomorfen : bijlage 2 van de omzendbrief betreffende de voedselketeninformatie met betrekking tot lagomorfen (PCCB/S3/786988)




Overzicht van de informatie die door de veehouder minimaal aan het slachthuis moet worden bezorgd
(Bij twijfel: raadpleeg uw bedrijfsdierenarts.)


 
1. Informatie betreffende de toegediende geneesmiddelen of andere behandelingen.

Voor alle geneesmiddelen en alle voederadditieven met een verplichte wachttijd (met name de gemedicineerde diervoeders) vermelding van :
      - de namen ;
      - de data of periodes van toediening ;
      - de duur van de wachttijden (uitgedrukt in dagen).


Over welke periode dient deze informatie te handelen ?


Deze informatie heeft betrekking op de volgende periode :

  • de 30 laatste dagen voor de slachting.
   
   
2. Informatie over de aanwezigheid van ziekten die de veiligheid van het vlees in het gedrang kunnen brengen.

  • Wat dient gemeld te worden ?
    1. De ziektetekens en aandoeningen die werden vastgesteld bij de dieren die ter slachting aangeboden worden. Bijvoorbeeld :
      • algemene ziektetekens (uitputting, vermagering, gebrek aan eetlust, groeivertraging, daling van de dagelijkse gewichtsaanzet );
      • sterfte met of zonder klinische tekenen (plotse dood);
      • ademhalingsstoornissen (hoesten, neusloop,…);
      • zenuwstoornissen (draaihals, evenwichtsstoornissen);
      • huidaandoeningen (zichtbare onderhuidse abcessen, epidermitis, dermitis, haaruitval, ronde kale plekken…);
      • spijsverteringsstoornissen: diarree, trommelzucht, ...;
      • uro-genitale aandoeningen in fokbedrijven (abortus, baarmoederontsteking, vroegtijdige onvruchtbaarheid van voedsters…).
    2. Indien gekend: vermelding van diagnoses en/of ziekteverwekkers (bv. gekend op basis van de analyses uitgevoerd in het kader van een zoönotische monitoring).



  • Moet elk ziekte- en sterfgeval gemeld worden ?

    Voor wat betreft de ziektetekenen en sterfgevallen dient het advies ingewonnen te worden van de dierenarts die belast is met de epidemiologische bewaking. Deze kan in het raam van deze bewaking en omwille van zijn kennis over de historiek van het bedrijf, een wetenschappelijk onderbouwd advies uitbrengen over de noodzaak om al of niet melding te maken van de ziekte/sterfgevallen.
  • Over welke periode dient deze informatie te handelen ?

    De periode van de 8 laatste weken voor de slachting.
   
   
3. De resultaten van laboratoriumonderzoeken die relevant zijn voor de bescherming van de volksgezondheid.

    Het betreft de conclusies van laboratoriumonderzoeken naar ziekteverwekkers, chemische stoffen en contaminanten (bv. dioxine).

    Welke ziekteverwekkers zijn relevant ?
    - Yersinia enterolitica (op voorwaarde dat de stam geïdentificeerd is als niet pathogeen, is geen melding vereist. Als de stam daarentegen werd geïdentificeerd als pathogeen, moet ze op de VKI worden vermeld);

    - E. coli EHEC, bijvoorbeeld E. coli 0 153;
    - rotavirus…;
    - Listeria monocytogenes;
    - Pasteurella multocida

    Opgelet: in het kader van de melding aan het slachthuis van de informatie over de veiligheid van de voedselketen is het niet nodig om alle hierboven vermelde pathogenen op te sporen. Gekende testresultaten moeten echter wel aan het slachthuis worden meegedeeld.

   
   
4. De productiegegevens, wanneer die ziekten aan het licht kunnen brengen.

Elk sterftecijfer van >15% gedurende de afmestperiode moet gemeld worden.
   
   
5. De gegevens van de dierenarts die normaal het bedrijf van herkomst diensten verleent.

De contactgevens van de dierenarts belast met de epidemiologische bewaking.
   
   
6. Bijkomende gegevens.

  • de contactgegevens van de veehouderij :
    • verplichte :
      • naam van de konijnenhouder;
      • naam van de eigenaar van de konijnen;
      • adres van het bedrijf;
      • GSM of telefoonummer van de konijnenhouder;
    • facultatief : e-mail en/of faxnummer van de verantwoordelijke
  • het aantal dieren dat naar het slachthuis wordt verzonden
  • lotnummer of identificatie van het gebouw van vetmesting of andere gegevens die mogelijk maken de link te leggen tussen de naar het slachthuis verstuurde konijnen en de epidemiologische eenheid




Omzendbrieven van het FAVV betreffende de VKI in de lagomorfen sector

 
Omzendbrief met betrekking tot de traceerbaarheid van konijnen. (PCCB/S3/1196575)

Omzendbrief betreffende de voedselketeninformatie met betrekking tot lagomorfen. (PCCB/S3/786988)





VKI en intracommunautair handelsverkeer

 

Voor het verzenden van konijnen naar een in een andere lidstaat gelegen slachthuis, kunnen a priori de formulieren van het land van verzending of van bestemming gebruikt worden, op voorwaarde dat deze de minimaal te verstrekken informatie zoals vastgelegd in bijlage I van verordening (EG) nr. 853/2004 bevat. Om mogelijke problemen bij aankomst van de dieren in het slachthuis te vermijden indien u konijnen naar een andere lidstaat stuurt, informeer u op voorhand of de bevoegde autoriteit van die EU-lidstaat het gebruik van een Belgisch VKI-model aanvaardt. Zoals bepaald in verordening (EU) 2016/429 zullen zendingen slachtkonijnen met bestemming een Belgisch slachthuis na een overgangsperiode bovendien vergezeld moeten zijn van een eigenverklaring van de konijnenhouder.



Onze missie is ervoor zorgen dat alle actoren van de keten aan de consument en aan elkaar een optimale zekerheid geven dat levensmiddelen, dieren, planten en producten die ze consumeren, houden of gebruiken, betrouwbaar, veilig en beschermd zijn, nu en in de toekomst.

Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 29.03.2021   |   Naar boven


Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden   |   Extranet