Deze bladzijde weergeven in het : Frans Nederlands Duits

Zoekmotor  



Zoeken van A tot Z
Siteplan
 
Startpagina > Beroepssectoren > Dierlijke productie > Dieren > Dierengezondheid > Schmallenbergvirus
Professionelen Over het FAVV Organogram Contact Autocontrole Checklists "Inspecties" Dierlijke productie Erkenningen, toelatingen en registratie Export naar derde landen Financiering van het FAVV Invoer derde landen Laboratoria Levensmiddelen Meldingsplicht Plantaardige productie Voorlichtingscel Wetgeving Zelfstandige dierenartsen Publicaties Praktisch Comités Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité Consumenten

 
 

Schmallenbergvirus



   

Wat is het Schmallenbergvirus?

Maastregelen en procedures


Situatie in België & in het buitenland

Nuttige links



Naar boven




Wat is het schmallenbergvirus?

Het schmallenbergvirus is voor het eerst in november 2011 in Duitsland ontdekt bij runderen en schapen die ziektesymptomen vertoonden die atypisch waren voor gekende aandoeningen. Het virus maakt deel uit van de familie van de Bunyaviridae, geslacht Orthobunyaviridae, en is nauw verwant met het akabanevirus, het ainovirus en het shamondavirus, 3 virussen die enkel bij herkauwers gekend zijn.

Bij volwassen dieren worden eerder meer milde, algemene symptomen opgemerkt zoals koorts, verlies van eetlust, achteruitgang van de algemene toestand, daling van de melkproductie (in ernstige gevallen tot de helft van de normale productie) en in uitzonderlijke gevallen diarree. Deze symptomen verdwijnen veelal na enkele dagen.

Bij een besmetting van een drachtig dier kan ook haar kalf besmet raken. Daarbij kan er verwerping, doodgeboorte of congenitale misvorming optreden.

Bij schapen worden enkel symptomen vastgesteld bij lammeren die tijdens de dracht besmet werden, namelijk meer verwerpingen, een verhoogd aantal doodgeboortes en congenitale misvormingen.

Bunyavirussen worden voornamelijk overgedragen door culicoïdes (kriebelmuggen) en eventueel door muggen. Het optreden van de ziekte is dan ook sterk verbonden aan de periode van activiteit van deze vectoren, te weten van augustus tot oktober. De problemen met abortus, doodgeboorten en congenitale misvormingen treden op tijdens het daaropvolgende werpseizoen, nl. van midden december tot april. Dit verklaart waarom er in Duitsland en nadien in Nederland enkel gevallen werden vastgesteld in de periode van half augustus tot oktober 2011 (het hoogtepunt van de vectoractiviteit), met nadien een plotse terugval.

Uit de informatie, die momenteel ter beschikking is, kan er besloten worden dat het schmellenbergvirus enkel herkauwers treft en geen enkel gevaar vormt voor de volksgezondheid.



Naar boven


Maatregelen en procedures

De Europese, noch de nationale wetgeving voorzien op dit ogenblik in preventieve maatregelen of bestrijdingsmaatregelen. Het FAVV heeft desondanks de ziekte van Schmallenberg toegevoegd aan de lijst van ziekten die in het kader van het abortusprotocol worden geanalyseerd, gezien de impact van de ziekte voor de veeteelt.

Daarom moeten bij elke abortus of elke doodgeboorte de foetus, het doodgeboren lam of kalf en de placenta in een zak of een hermetische sluitbare recipiënt geplaatst worden. De verantwoordelijke meldt de abortus of de doodgeboorte aan zijn dierenarts met de vraag om van het moederdier een bloedmonster te nemen en dat samen met het abortusmateriaal aan DGZ of ARSIA over te maken. Deze monsters worden dan geanalyseerd in het kader van het abortusprotocol, zodat de aanwezigheid van een meldingsplichtige ziekte kan worden uitgesloten.
Ingeval van een foetus of doodgeboren jong met congenitale misvormingen, financiert het FAVV de analyses om de ziekte van Schmallenberg aan te tonen.



Naar boven


Situatie in België & in het buitenland

Sinds zijn verschijnen in de zomer van 2011, is het schmallenbergvirus reeds aangetoond in honderden schapen- en rundveebedrijven in ons land en in een groot aantal andere Europese landen. Recente gegevens tonen aan dat het virus blijft circuleren in Europa en zich verspreidt naar aangrenzende, nog niet besmette gebieden.

In de reeds besmette gebieden ontwikkelt de veestapel een hoge immuniteit tegen de ziekte. De laatste informatie wijst erop dat deze immuniteit bescherming biedt tegen nieuwe infecties en de klinische symptomen voorkomt. Nochtans is het steeds mogelijk dat dieren, die nog niet in contact zijn gekomen met het virus, alsnog besmet worden. Een beperkt aantal nieuwe gevallen bij pasgeboren dieren zullen dus steeds kunnen worden vastgesteld.

Het is op dit ogenblik nog niet mogelijk om te zeggen of het schmallenbergvirus inderdaad een nieuw virus is, dan wel een virus dat reeds langer in de Europese rundvee-, schapen- en geitenstapel circuleerde voor zijn ontdekking, maar er zijn wel onderzoeken lopende om dit uit te klaren.


Naar boven


Nuttige links

OIE
Risk Profile Humaan Schmallenbergvirus
ECDC
DG SANCO
EFSA
   
Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 12.08.2013   |   Naar boven


Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden   |   Extranet