 |
Oorsprong
Mond- en klauwzeer is een virusziekte die wordt veroorzaakt door een
aftovirus van de familie van de picornaviridae. Tweehoevigen – zowel
gedomesticeerde als in het wild levende, uitgezonderd de kameelachtigen – zijn
er erg gevoelig voor. Ook olifanten en egels en in mindere mate zelfs tapirs en
beren kunnen besmet raken.
Mond- en klauwzeer, dat zeer besmettelijk is, heeft een zeer grote
economische impact. Dat feit vormt een rechtvaardiging voor het beleid dat
nationaal en internationaal wordt gevoerd met betrekking tot deze ziekte.
Klinische symptomen
Mond- en klauwzeer wordt gekenmerkt door koorts en het verschijnen van aften
en blaasjes, vooral in de mond (tong, tandvlees, lippen) en op de poten
(interdigitale ruimte en kroonrand). Bij het openbarsten van de aften kunnen
zweren ontstaan.
De belangrijkste klinische tekenen die algemeen worden vastgesteld en die
samenhangen met de aanwezigheid van die aften en zweren : speekselvloed,
tandenknarsen, verminderde eetlust, hinken, weigeren om zich te verplaatsen, ….
Al naargelang van de betrokken soort kunnen die ziektetekens in mindere of
meerdere mate belangrijk zijn : runderen vertonen meestal een duidelijk
ziektebeeld terwijl schapen en geiten minder duidelijke letsels vertonen en de
ziekte onopgemerkt kan blijven.
Overdracht
Het mond- en klauwzeervirus is een uiterst besmettelijk virus.
Besmette dieren scheiden het virus uit in vocht dat uit de aften komt en in
speeksel, melk, sperma, urine, feces en uitgeademde lucht. Die uitscheiding kan
al naargelang van de weg waarlangs ze geschiedt, zelfs al beginnen voordat er
klinische symptomen verschijnen. Het virus kan ook worden aangetroffen in vlees
van besmette dieren dat te snel na het slachten werd ingevroren.
Het mond- en klauwzeervirus is erg resistent en kan lange tijd in het
buitenmilieu overleven. De virusbronnen zijn erg verscheiden :
- direct contact met zieke dieren,
- contact met dragers waarvan men niet weet dat ze drager zijn. Het kan zowel
gaan om dieren (dragers in een vroeg stadium, herstellende dieren of gezonde
dragers) als om personen of voorwerpen (materieel van dierenartsen,
voertuigen,…),
- contact met besmette stoffen zoals mest, voeder, slecht klaargemaakte
vaccins, …
- contact met besmette dierlijke producten (melk, vlees, sperma),
- blootstelling aan aërosols met virusdeeltjes ; het virus kan zich enkele
kilometers ver verspreiden.
Behandeling
Er bestaat geen specifieke behandeling voor mond-
en klauwzeer. Volwassen dieren genezen gewoonlijk maar de genezing gaat wel
gepaard met een daling van de productie. Sommige dieren kunnen dragers van het
virus worden en het gedurende een lange tijd verspreiden. Jonge dieren zijn
gevoeliger voor het ontwikkelen van myocarditis, vaak met dodelijke afloop. |